Terugblik HT 2015: het taaiste team van 2015

Terugblik HT 2015: het taaiste team van 2015

19 april 2016 om 21:04 uur

Door Nanette Breur.

13 Mei 2015 maken we de Parel in Bruinisse klaar voor vertrek. De Parel is allang niet meer de sloep waarin we normaal gesproken roeien, want dat doen we in de “8 Beaufort”. Niet eens onverdienstelijk. Eigenlijk verdient De Parel de titel “sloep” niet eens. “Tobbe” is een juistere weergave. Máár; de Parel heeft een HT-nummer en de 8 Beaufort niet. Vrijwel ieder van ons weet wat het is om de overtocht naar Terschelling te maken in deze roze bak. Ik ben de enige die nog in zalige onwetendheid verkeert. Het moet een moment van verstandsverbijstering zijn geweest toen ik zei dat ik de HT een keer geroeid wilde hebben. Natuurlijk heb ik de verhalen gehoord van de rest. Ik maakte me er alleen niet druk om. “Wáárom niet??” vraag ik me af, nu de datum naderbij komt.

14 mei reizen we af naar Harlingen en nemen voor een nacht onze intrek in ‘t Heerenlogement. Thuis zwaaien ze me lachend uit. “ Succes mam/Nan, je kan het! Veel plezier! “ Plezier? Ik weet het niet. 2 Pareltjes, waaronder onze stuurvrouw , stappen de 15e pas vroeg in de auto om zich bij ons te voegen. Als zij een lekke band krijgen of onverwacht in de file komen, gaat het hele feest alsnog niet door. Moet ik dat hopen of vrezen? De Parel ligt al veilig in de haven van Harlingen, meegenomen door de heren van Snoque Deux, die met hun eigen sloep de HT gaan roeien. Helaas zijn we te laat om nog even langs te gaan bij de poffertjeskraam. De eigenaar hiervan bestuurt al jaren onze volgboot. Gelukkig is er al wel het nodige contact geweest, hij zal er zijn.

Na een kort nachtje staan we de 15e al vroeg naast ons bed. We proberen goed te ontbijten en gaan vervolgens naar de haven. Ach gossie, daar ligt ze. De Parel. Half zo groot als de omringende sloepen. We installeren ons. Hier –en vooral dáár- wordt nog een likje vaseline gesmeerd. De 2 ontbrekende Pareltjes zijn ook gearriveerd. Kortom; we zijn er klaar voor en hebben er zelfs zin in. Els en ik zitten op boeg, Penny en Mariëlle op slag en Esra en Maria in het midden. Een bootje vol. We starten in de eerste groep. Natuurlijk. Het scheelt niet veel of ik lig overboord na een snoekduik naar het stokje. Gelukkig lukt het nog net ‘m te pakken. Voor we het weten schreeuwt Martine haar eerste commando’s van deze HT. Haar bijnaam is “de beul van Bru”. Dan begrijp je het wel. De zweep erover. Als ik het me goed herinner heeft ze deze keer een volle knijpfles honing bij zich voor het smeren van de keel.

O.k.. We zijn dus weg en liggen direct laatst. Geen punt. We varen onze eigen race. Dan roeien we de haven uit. “Wàt???” Als deze golven de graadmeter zijn voor de rest, kunnen we hier wel stoppen. Dit gedeelte zijn ze vast vergeten te vertellen. Gelukkig schreeuwt Martine ons er doorheen en even later herstelt het water zich. Het is niet vlak maar het gaat lekker. De stroming waarover ik al zoveel heb gehoord, helpt ons een handje en we krijgen er vertrouwen in dat we Terschelling wel gaan halen. Sloep na sloep passeert ons maar dat beïnvloedt ons humeur niet. We moedigen iedereen aan en worden aangemoedigd. “Joehoe, m’n bin ‘ier” (Zeeuwen spreken sommige medeklinkers aan het begin van een woord niet uit). Af en toe moet je de aandacht wel een beetje op je sloepje vestigen… Het is een mooi gezicht, het sloepenarmada dat de haven verlaat. Na een uurtje of tweeënhalf is iedereen ons wel zo’n beetje voorbij. We roeien vrolijk verder want ook voor ons komt Terschelling al in zicht. Dat dat nog drie uur lang zo blijft, besef ik me op dat moment gelukkig niet.

Natuurlijk raken we moe en beginnen de eerste pijntjes op te spelen. Dat zeggen we natuurlijk niet. Je bent een bikkel of niet. De mannen van Snoque zijn al lang en breed voorbij en op een gegeven moment zwaait ook onze volgboot af. In de verte en soms van dichtbij, worden we in de gaten gehouden door de reddingsbrigade. Dan horen we gejoel en muziek. De volgboot van Utrecht komt terug en we worden weer volop aangemoedigd. Top! We krijgen er nieuwe energie van. Nog even en we zijn bij het beruchte Schuitengat. Daarna is het nog maar een eindje. Denk ik..

Eerst dat Schuitengat dus. We zijn superblij als we daar bijna zijn. Minder blij zijn we als iemand van de reddingsbrigade op een waterscooter naar ons toe komt en waarschuwt dat we het niet gaan halen en er, door de stroming, voorbij zullen raken. Dàt moet je tegen ons niet zeggen. We snokken nog harder aan de riemen en redden het zonder hulp van buitenaf om in het Schuitengat te belanden. Het wad is al aardig droog en we voelen de bodem. Er blijkt toch nog een boot niet al te ver voor ons te liggen. Zij moeten er even uit om vlot te trekken. Wij redden het nèt roeiend. Dan zijn we opeens op veel rustiger water. Ik denk dat we het ergste gehad hebben. Even zijn we euforisch dat we dit in ieder geval doorstaan hebben en een kritisch punt voorbij zijn. Els waarschuwt me nu voor de 26e keer; “we bin’d’r nog niet ‘or, het ergste mot nog komme !”. Hoe erg kan het zijn? “Erg” is geen accurate beschrijving. Wat een drama. We doen anderhalf uur over het laatste stuk. De stroom is tegen ons en we kunnen roeien wat we willen, maar komen slechts langzaam dichterbij in ons logge roze sloepje. Inmiddels hebben we de complete Nederlandse reddingsbrigade achter ons aan. Sommigen kijken meewarig , anderen moedigen aan. Mijn rechterlies is volledig naar de maan als we uiteindelijk, na 5 ½ uur, de finish passeren. Alle sloepen liggen allang aan de wal, het publiek is al weg en pas na een tijdje krijgen sommigen in de gaten dat ook wij binnen zijn. Applaus en gejuich. Superleuk en we zijn ook blij, maar kunnen dat nog even niet uiten. Je bent niet goed wijs als je hieraan meedoet.

Hulde aan de mannen van de reddingsbrigade die onze uitputting zien en een sleepje aanbieden. Volgens traditie liggen 2 Bru’se kotters ons op te wachten met bier, hapjes en mosselen. Als we langszij liggen, kijk ik omhoog en zie dat zo’n kotter op dit moment niet onderdoet voor de Mount Everest. Op een of andere manier hijsen we ons aan boord, trekken wat warms aan en komen langzaam maar zeker bij. Het is volbracht. We horen de belevenissen van de mannen. Ook de onsmakelijke details. Iets met een brooddoosje en broodnodig moeten.

Na een paar uur vertrekken we naar ons huisje, douchen lekker warm en gaan met z’n allen pizza eten. Het is daarna nog lang gezellig bij Lieman. De mannen hebben meer verstand en liggen al heerlijk te ronken, zo niet de dames. Ik taai ook af. De volgende ochtend maken we van een stuk karton een “Te Koop” bord voor de Parel. Penny loopt ermee rond. Een ludieke actie met een serieuze achtergrond. We zien dit niet nog een keer zitten, laat een ander zich er maar stuk mee roeien. Ik verken het eiland op de fiets. Voor mij is het de eerste keer hier tenslotte. Bovendien moet er weer wat bloed door m’n lies gaan stromen. ’s Middags zitten we lekker op een terrasje en wachten daarna, alweer bij Lieman, het feest af. Als dat uiteindelijk losbarst, gebeurt er iets dat we niet voor mogelijk hadden gehouden. Er is een prijs voor het taaiste team van de HT en òns valt de eer te beurt om die op te halen. Wie wil er nou niet op het podium van de HT staan? Voor ons is “Het taaiste team” een geuzentitel. We hebben ons 5,5 uur het snot voor de ogen geroeid en dat wordt beloond. Dus vieren we ons moment of fame uitgebreid nadat uit alle hoeken en gaten de Pareltjes het podium op komen. Wat een feest! Wij vinden het oprecht fantastisch. Het “Te koop” bord wordt verscheurd. Volgend jaar weer. Als het moet, gewoon in de Parel.